Coven Ardanos

Opleiding in het Priesterschap van de Wicca

Wicca in een notendop


Wicca is een neopaganistische inwijdingstraditie die teruggrijpt op gebruiken en zienswijzen van de voorchristelijke heidense religies. We werken met symbolieken en beelden uit de mythologieën van de oude volkeren die gebaseerd zijn op de patronen en cycli in de Natuur; het verglijden van de seizoenen, het rijzen en dalen van de Zon, het zaaien en oogsten, het wassen en afnemen van de Maan, en de invloed daarvan op het leven. Door middel van zelfonderzoek, meditatie en rituelen, wordt met al deze aspecten van het leven contact gemaakt. Iedere ervaring binnen Wicca wordt zo een persoonlijke spiegel die jou iets leert.


Al deze aspecten in de Natuur werden vroeger als een uiting van het Goddelijke ervaren en kregen een gezicht en een naam. Door middel van deze 'gezichten' konden de oude volkeren verbinding maken met de archetypische krachtvelden die de Goden zijn en die ten grondslag liggen aan de werkingen van de Natuur op Aarde, naar ook aan de bewegingen in de hemel. De Goden waren natuurkrachten; de Zon, de Maan, de regen, het Licht, de dood, de groeikracht, etc. Alle aspecten van het leven hadden zo een naam en gezicht.


In de Wicca wordt het Goddelijke op deze manier nog steeds zo ervaren. Het is zowel immanent (in alles aanwezig) als transcendent (het overstijgt het aardse). Het is een kracht die alles doordringt, maar ook persoonlijk is en als Goden en Godinnen kan worden aangesproken. In de Wicca kennen we een God én een Godin, twee krachten die elkaar aanvullen en dienen, en zij hebben vele namen. Alle Godinnen zien we als een gezicht van de Grote Moeder, en alle Goden zien we als een gezicht van de Grote Vader. 


Alle thema's van een mensenleven die in een cyclus voorkomen, zoals geboorte, vreugde, vereniging, loslaten, liefde, oogsten, opofferen, sterven en regeneratie, kunnen we als spiegel voor onze eigen ontwikkeling gebruiken. Het zijn de zogenaamde oerthema's die de mensheid vanaf het prille begin van de tijd doormaakt. Op basis hiervan zijn de vele mythologieën, mysteriën en religies ontstaan.


We werken met het concept van de Godin en de God als uitdrukking van de Goddelijke kracht, en we zien hen bewegen in een kosmische dans, het vrouwelijke en het mannelijke, waarbij beide polen gelijkwaardig aan elkaar zijn. Zij stoten elkaar af en trekken elkaar aan in een eeuwigdurende beweging die steeds zoekt naar evenwicht. Coven Ardanos werkt vooral met de pantheons en verhalen van het oude Egypte, de Keltische traditie, Mesopotamië, Griekenland en de Romeinen. In mindere mate komen de Germaanse en Noordse tradities aan bod. 


Gerald Gardner en zijn Wicca


Een veel gehoorde bewering is dat Gardner de Wicca heeft 'uitgevonden', en dat er geen lijn te trekken is met oude tradities van voor 1954. Een verbinding met een oude heidense traditie van Europa die de vervolging en kerstening van de kerk heeft overleefd is inderdaad niet heel waarschijnlijk. Maar misschien moeten we de lijn naar oude tijden ergens anders zoeken.


Gerald Gardner (1884-1964) is de man die in 1954 met zijn boek Witchcraft Today (Hekserij Vandaag) de Wicca bekend maakte bij het grote publiek. Dat hij bekend was met de ideeën omtrent de heksencultus van Margaret Murray (1863-1963) is meer dan duidelijk aangezien zij het voorwoord voor zijn boek schreef. Zij poneert de theorie dat de heksenprocessen in het vroegmoderne Europa een poging waren om een nog overlevende voorchristelijke heidense religie uit te roeien die gewijd was aan een Gehoornde God. Zij stelde dat er vroeger werkelijk heksen bestonden die zich organiseerden in covens, Sabbats hielden, en een mannelijke Godheid met horens vereerden.


Volgens deze hypothese waren heksen vóór de kerkelijke vervolging gewoon de wijze vrouwen (of mannen) die, net als binnen Germaanse, Keltische of andere voorchristelijke culturen met hun priesters en priesteressen, fungeerden als genezer, vroedvrouw, medium en magiër. De veronderstelde magie van heksen zou volgens deze theorie hoofdzakelijk terug te voeren zijn op een zeer uitgebreide kennis van kruiden en het reizen 'tussen de werelden'.


Als we de Wicca nu analyseren herkennen we in de structuur de hypothese van een voorchristelijke religie die als hekserij werd gekenmerkt. Maar men moet niet vergeten dat ook al is de Wicca voor een deel gebaseerd op dit geromantiseerde beeld, dat de vorm, de ritueel-magische kant, voortkomt uit de magische tradities van de Rozekruisers, de Vrijmetselarij en de Hermetische Orde van de Gouden Dageraad, die allemaal werken met het oude Hermetische materiaal wat via Constantinopel Europa bereikte na de val van het Oost-Romeinse Rijk in 1453. De lijn naar de Oudheid ligt voor velen waarschijnlijk op een onverwachte plaats maar is er wel degelijk.


Wat Gardner in 1954 in de openbaarheid bracht was een synthese van de oude wijsheidstradities voortkomend uit Mesopotamië, Egypte en Griekenland, gecombineerd met Keltische invloeden en kennis uit middeleeuwse grimoires zoals de Sleutels van Salomo (14e eeuw). Dit heeft hij doorspekt met gebruiken uit het Europese volksgeloof, omkaderd door de ideeën zoals geschetst door Margaret Murray. Hij is zelf ingewijd in 1939 in de New Forest Coven, een groep van occultisten (Vrijmetselaars en Rozekruisers) die deze coven oprichtte in de jaren '20 van de vorige eeuw en zich o.a. baseerden op de ideeën van Murray. Op deze manier brachten ze de oude heksencultus weer tot leven en deze traditie zet Coven Ardanos voort.